Een column geschreven voor het programmaboekje van het Paard van Troje. In de februari 2009 editie is deze column vanaf echt papier te lezen. Voor degene die geen verzameling Paard van Troje-programmaboekjes heeft, hieronder de digitale versie.

Muziek anno nu.

Ooit moest je er de deur voor uit. Weer en wind trotseren, om uit duizenden platen net die ene te pakken die je móest hebben. Je muzikale honger stillen was een taak op je ‘to do-list’, een agendapunt voor de vrije zaterdag. En na die noeste arbeid was het zitten en genieten. Zowaar een hobby!

Tegenwoordig ben je al ouderwets als je tienduizenden liedjes met je meedraagt op je iPod – muziek trek je on-demand uit het luchtledige: unlimited abo’tje, genre kiezen waarvoor je onderweg naar nergens in de mood bent en de computer doet real time de rest. Muziek trekt als neuzelend behang voorbij in plaats van zich een plek te veroveren in hart en harses.

Zo snel als de ontwikkelingen rond aanschaf en beleving van muziek gaan, zo ouderwets gaat het er nog steeds aan toe bij concerten. Het oud-Hollands Nachtje Blauwbekken voor de deur van het postkantoor is vervangen door urenlang zouteloos “reload” klikken op je computer, maar voor een concert moet je toch nog steeds een hele avond uittrekken en de rituelen doorstaan:

Je komt te vroeg, de band begint te laat. Ter meerdere glorie van de hoofdact moet je je door een voorprogramma heen worstelen/drinken, waarbij steevast bij de mededeling “this is our last song” het collectief applaus pas echt uit de tenen komt.

En na een half uurtje ombouwen, mannen met afgezakte broeken die met zaklampen zwaaien en alles wat los ligt met ducktape vastplakken begint het dan eindelijk. Echte muzikanten, die spelen wat zíj vinden dat jíj op dat moment moet horen. Vingers plukken snaren. Stokken slaan vellen. Vuisten rammen toetsen. Stembanden zwellen op, aders staan op knappen. Geklap. Gezweet. Geschreeuw. We want more – nog een liedje!

Geluid om de achtergrondruis in je dagelijks leven te overstemmen consumeer je per megabyte, ingekocht bij een breedbandboer. Maar muziek ervaren doe je tijdens een concert. Met passiegenoten. Met synchroon trillende trommelvliezen. Schreeuwen om meer terwijl je weet dat ze toch wel terugkomen. Den Haa-k, I can’t hear you! En thuisgekomen zet je de plaat nog eens op.